Geloof en Rede

Filosofie en zo

Website van At van Rijsdam

Geloof en Rede

door Bram Teerds en At van Rijsdam

 

Dit artikel is gepubliceerd in "De Vrijdenker" oktober 2008

 

Geloof en rede

 

Volgens minister Rouvoet in de NRC van 26 juli 2009 is geloof een andere vorm van wetenschap. Volgens ons een verkeerde zienswijze: wetenschap kun je alleen met verstand (rede) bedrijven en het verstand begint waar het geloof ophoudt.

 

Geloof in religieuze zin is het onvoorwaardelijk aannemen van gedachten, teksten, interpretaties van zaken, die op geen enkele manier te onderbouwen of te bewijzen zijn. Het toepassen van de rede of ratio wil zeggen kritisch in het leven staan, dingen wetenschappelijk benaderen en niets voor zoete koek aannemen. Je zou denken dat anno 2008 een belangrijk deel van de Westerse wereld voor de rede heeft gekozen. Niets is echter minder waar, zo moge blijken uit recente Amerikaanse literatuur en – om dicht bij huis te blijven – uit de navolgende actualiteit in Nederland. De eerste week van juni stonden de media bol van verhalen en meningen over embryoselectie. Zo kopte het dagblad Trouw van 4 juni “het medisch centrum in Maastricht gaat door met embryoselectie, terwijl de politiek nog niet weet waar de grens ligt”. En het actualiteitenprogramma Eén Vandaag deed onderzoek onder 10.000 Nederlanders, waaruit bleek dat een grote meerderheid deze kwestie een kabinetscrisis waard zou vinden. Een saillant detail: 73 % van CDA-stemmers is voor embryoselectie. Kennelijk beseft de samenleving in dit geval heel goed dat om levens te kunnen sparen door embryoselectie er grenzen moeten worden verlegd.

Staatssecretaris Bussemaker werd terug gefloten en ging samen met haar partij (PvdA) probleemloos door de knieën. Het Kabinet dreigde hierin weer te verzanden. Immers de Christen Unie is vanzelfsprekend mordicus tegen (offert daarvoor levens op), de Christen-Democraten zullen verdeeld zijn en zo ook de PvdA, die in de aanloop naar de totstandkoming van dit Kabinet haar ruggengraat heeft verloren en die ook tot op heden niet meer heeft teruggevonden. Het Kabinet is eind juni met een compromisvoorstel gekomen om onder stringente voorwaarden embryoselectie toe te laten. Een citaat uit NRC-Next van 25 juni 2008: “de huidige breed geformuleerde wettelijke regeling zal zo aangescherpt worden dat de Christen Unie niet hoeft te vrezen voor een hellend vlak”. In de NRC van 1 juli 2008 concluderen twee ethici dat er sprake is van een politiek compromis. Zij betreuren echter in hun artikel dat in het politieke debat niet nog verder is gekeken naar andere toepassingen op het terrein van genetische diagnostiek. Dus met andere woorden: godsdienst is voor de zoveelste keer een sta in de weg als het gaat om zelfbeschikkingsrecht, eigen verantwoordelijkheid alsmede om afspraken tussen arts en patiënt. Zo staan geloof en rede (verstand, wetenschap) voor de zoveelste keer lijnrecht tegenover elkaar.

 

Voor de zoveelste keer, omdat we dit politieke en vooral religieuze gedoe al veel vaker in de geschiedenis zijn tegengekomen. Ook over de abortus- en euthanasieproblematiek is jarenlang gesteggeld en dit thema is mondiaal gezien nog steeds een discussiepunt. En wat te denken van genmanipulatie en stamcelonderzoek. En in alle gevallen staat daarin, als het om de voortgang gaat, religie centraal. Politiek is dan een afgeleide, weliswaar een belangrijke, want hiermee moet tenslotte besluitvorming worden afgedwongen. Voor veel christenen is embryoselectie echter een brug te ver.

En dan komen er weer (verborgen) fundamentalistische trekjes boven drijven. En zoals te doen gebruikelijk wordt daarbij een beroep gedaan op het geloof en op de Bijbel of op andere religieuze boeken. En die staan qua inhoud en denken lijnrecht tegenover wetenschappelijke bevindingen en technologische ontwikkelingen, die zeker op medisch vlak de afgelopen eeuwen zoveel heil hebben gebracht. Natuurlijk is er het besef dat aan genoemde bevindingen en ontwikkelingen soms ook nadelen kleven. Echter dat besef stoelt dan veelal op valide argumenten, al dan niet wetenschappelijk, juridisch of ethisch onderbouwd en niet op geloof. Want geloof mag, uitgaande van genoemde validiteit en wetenschap, nimmer in welke discussie dan ook de doorslag geven. De praktijk blijkt echter anders te zijn, getuige wat er nu gaande is. Dit staat echter niet op zichzelf, ook in het nabije en grijze verleden zijn vele voorbeelden te vinden.

Het is algemeen geaccepteerd (enkele zeer orthodox-christelijke stromingen uitgezonderd) dat de mens wel mag ingrijpen in het “Goddelijk wilsbesluit” om iemand met een erfelijke afwijking die een ernstige ziekte krijgt, uitgebreide medische behandelingen te geven. Dus dan gaan we NIET tegen Gods wil in om deze defecten, waarvan we wisten, danwel hadden kunnen weten dat die zich zouden openbaren, zoveel mogelijk te repareren.

Wij zijn van mening dat het misdadig is om te denken dat het tegen Gods wil is om embryo’s terug te plaatsen waarvan wij zeker weten dat de daaruit groeiende mens een ernstige ziekte zal krijgen. Het is in dit verband essentieel voor onze ontwikkeling als zelfstandig denkende mens, dat we ophouden met God overal verantwoordelijk voor te maken en zo onze eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.

 

Het lijkt ons interessant om aan de hand van een paar voorbeelden te laten zien hoeveel leed geloof teweeg kan brengen. Voorbeelden van recente datum die voor een “redelijk” verstand nauwelijks te bevatten zijn. Het beangstigende daarbij is dat fundamentalisten van welke geloofsrichting dan ook absoluut niet voor rede en voor wetenschappelijk aantoonbare resultaten vatbaar zijn. Vervolgens willen we kort stilstaan bij een aantal filosofen en een historicus die in hun werken vanuit de rede duidelijk en consistent het feilen van religie aantonen. Maar gelovigen blijven ziende blind en horende doof.

 

De bioloog en vermaarde atheïst Richard Dawkins (meermalen in dit blad aangehaald) geeft in zijn boek “God als Misvatting” zeer verontrustende voorbeelden hoe godsdienst de samenleving beïnvloedt en allerlei ontwikkelingen probeert tegen te houden. Zeer verontrustend omdat dit voorbeelden zijn van recente datum. Zo bepaalde op 21 februari 2006 het Amerikaanse Hooggerechtshof dat een kerk in Nieuw Mexico boven de anti-drugswet diende te worden gesteld. De vrome leden van het Centro Espirita Beneficiente Uniao do Vegetal geloven dat zij God alleen maar kunnen begrijpen door hoascathee te drinken, een drank die het verboden hallucinogeen dimethyltryptamine bevat. Het Hooggerechtshof ging dus af op geloof; er hoefde geen enkel bewijs te worden geleverd. In vergelijking hiermee is echter wel bewezen dat kankerpatiënten die een chemokuur ondergaan, baat hebben bij het gebruik van cannabis. Misselijkheid en rusteloosheid worden door dat gebruik gereduceerd. Toch heeft hetzelfde Hooggerechtshof in zo’n aangedragen casus bepaald, dat kankerpatiënten bij gebruik van cannabis vervolging riskeren.

Dit vonden wij één van de meest schrijnende en bizarre voorbeelden die Dawkins in zijn boek aanreikt. Een dergelijke procedure en uitspraak komt naar onze mening in Nederland niet voor. Je weet het echter maar nooit. De veramerikanisering is in sociologische en psychologische zin geen vreemd verschijnsel in Europa en ook niet in ons land. Echter subtiel verpakt komen in ons land toch vanuit de ratio geredeneerd ook vreemde dingen voor. Het is nog niet zo lang geleden dat een Imam zich in “beledigende” en “haatdragende” zin heeft uitgelaten over homo’s. Hij beriep zich daarbij op de Koran (christenen doen in dit verband een beroep op de Bijbel). De rechter was van oordeel dat deze Imam ingevolge de vrijheid van meningsuiting en godsdienst in zijn recht stond. Zo legitimeer je kerkleiders om zich op basis van het geloof haatdragend, beledigend of discriminerend te uiten, wat dan opeens juridisch gezien niet meer haatdragend, beledigend of discriminerend is. Wat te zeggen van bisschop Eyk, die er onlangs fijntjes op heeft gewezen dat de auteur Hugo Claus door het toepassen van euthanasie te laf is geweest om zijn lijdensweg te volgen ! Op een groot aantal terreinen binnen onze samenleving - men leze het Vrijdenkersmanifest - bestaan ten faveure van het geloof regels waardoor andersdenkenden altijd in het nadeel zijn. Dit wordt nog eens bevestigd in een artikel in de Pers van 25 juli jl., waarin een bijdrage staat met als titel “In Gods naam mag meer”. Het gaat hier om de Universele Rokerskerken van God. In dat artikel tevens een verwijzing naar het gebruik van Ayahuasca, een thee, getrokken van planten, die wordt gedronken bij rituelen in het Amazonegebied. Het brouwsel bevat DMT, een verboden drug. In Nederland is inmiddels door verschillende rechters geen veroordeling uitgesproken als het gaat om het gebruik hiervan tijdens rituelen. Kennelijk vormt het religieuze aspect bij sommige rechters ook in Nederland een strafuitsluitingsgrond. Als een niet religieus persoon zou zijn betrapt, zou hij/zij ongetwijfeld zijn veroordeeld tot minimaal een taakstraf.

 

Sam Harris, filosoof en neurowetenschapper, geeft in zijn boeken “Brief aan een christelijke natie” en “Van God los” eveneens talloze verontrustende voorbeelden. Bijvoorbeeld het human papilloma virus (HPV), dat inmiddels de meest voorkomende seksueel overdraagbare ziekte in de Verenigde Staten is. Meer dan de helft van de Amerikaanse bevolking is besmet met het virus en door dit virus sterven ieder jaar bijna vijftigduizend vrouwen aan baarmoederhalskanker. Volgens een schatting van het Center for Disease Control and Prevention, een wereldwijd georiënteerde organisatie voor ziektebestrijding en preventie, sterven er wereldwijd meer dan tweehonderdduizend. Inmiddels, zo zegt Harris, beschikken we over een vaccin tegen HPV dat veilig en doeltreffend lijkt te zijn. Het vaccin leidde tot een immuniteit van 100 procent bij zesduidend vrouwen die het tijdens een klinische proef kregen toegediend. En toch hebben conservatieve christenen binnen de Amerikaanse regering zich verzet tegen een vaccinatieprogramma, met als reden dat HPV een waardevolle belemmering is voor seks voor het huwelijk. Ook hier is kennelijk net als bij de embryodiscussie een mensenleven minder waard dan het zogenaamde woord van God.

Er zijn natuurlijk net als bij Dawkins tegenwerpingen te maken door te stellen dat zich dit alles in Amerika heeft afgespeeld, een land met veel sektes en navenant veel aanhangers (volgens Dawkins bedraagt dat aantal in z’n totaliteit 80 miljoen). En vervolgens kun je ook nog constateren dat het christendom in het Westen qua fanatisme is afgezwakt. Dit moge allemaal waar zijn, maar, zegt Harris, zelfs de meest dociele vormen van het christendom belemmeren op dit moment in de derde wereld een goede geboortebeperking, het voorkomen van aids en een rationeel drugsbeleid en deze bijdragen aan de menselijke ellende behoren op zich al tot de ergste mislukkingen van de redelijkheid in welk tijdperk dan ook.

 

Los van deze voorbeelden willen wij graag nog ingaan op de diepgaande invloeden van zogeheten kerkvaders waar de gehele samenleving maar in het bijzonder ook gelovigen eeuwenlang (en nog steeds) de wrange vruchten van hebben geplukt. Wij nemen als voorbeeld één geloofsrichting t.w. de Rooms Katholieke Kerk. Godsdienstige stromingen vallen veelal niet alleen terug op heilige boeken zoals Bijbel en Koran, maar zeker ook op interpretatoren daarvan. Zo kent de Rooms Katholieke Kerk een aantal kerkvaders die buiten de inhoud van de Bijbel om dogma’s hebben gecreëerd, die hun weerga tot op de dag van vandaag niet kennen. Eén kerkvader willen we, mede omdat ook Harris daar in verschillende hoofdstukken van zijn boek aan refereert, er graag uitlichten: te weten de heilige Augustinus (overigens ook in de juli aflevering van de Vrijdenker aangehaald door Anton van Hooff). Zijn opvattingen en dogma’s hebben vele eeuwen in belangrijke mate het beleid binnen de Rooms Katholieke Kerk bepaald en na allerlei scheuringen ook binnen het protestantisme. Opvattingen en dogma’s, die door de eeuwen heen menselijk leed - vooral psychisch - hebben veroorzaakt, dat waarschijnlijk nog doen en - heel bizar - nergens op zijn gebaseerd dan slechts op eigen ideeën. Maar die met veel gezag werden gepresenteerd en doorgedrukt.

Dan kan men onder meer denken aan de leer over de predestinatie en de leer over het voorgeborchte. Een korte toelichting bij beide voorbeelden: de predestinatieleer is ten tijde van Augustinus decennia lang binnen de Rooms Katholieke Kerk een strijd geweest, die uiteindelijk in het voordeel van Augustinus is beslecht. Volgens deze leer is alleen Adam, de eerste mens, vrij en zonder zonde geschapen. Hij had kunnen leven volgens Gods wil en zo de onsterfelijkheid kunnen verkrijgen. Maar omdat Adam door Satan verleid tot zonde is vervallen, zijn alle mensen met deze zonde als erfzonde belast. Zij zijn daardoor niet meer vrij, zij moeten krachtens hun natuur zondigen en ten offer vallen aan de dood, die volgens de apostel Paulus de straf is voor de zonde. God in zijn barmhartigheid verlost hen echter door zijn genade. Maar niet ieder mens is voorbeschikt, alleen niemand weet dit tevoren (alleen al psychisch ondraaglijk).

De leer over het voorgeborchte is nog extremer. Het betreft baby’s die kort na hun geboorte komen te overlijden. Zij zijn derhalve niet gedoopt en komen volgens de leer van Augustinus dan ook in de hel!! Je zult als ouders dit maar mee krijgen. Dit is later afgezwakt: deze kinderen komen in het voorgeborchte: geen hemel (zij zien God niet), maar ook geen hel. Overigens is dit thema regelmatig binnen de Rooms Katholieke Kerk onderwerp van discussie geweest, dat pas in 2006 heeft geleid tot afschaffing van dit dogma, waardoor nu ook ongedoopte overleden baby’s in de hemel komen. Je kunt dus kennelijk eeuwenoude dogma’s gewoon weer afschaffen. Beide dogma’s zijn absoluut nergens op gestoeld, negatief van toon en opgeborreld uit duistere sferen. Ze werden en worden al eeuwenlang - en niet alleen door de Rooms Katholieke Kerk - vanuit respectloos machtsdenken in stand gehouden. Machtsdenken dat uitsluitend is gericht op het maken of in stand houden van carrières en derhalve niets meer van doen heeft met God of welke religieuze entiteit dan ook.

Over de Islam kan een vergelijkbaar verhaal worden gehouden, alleen is de leer van de Islam volgens Harris nog meer rigide, wreder en woekert wereldwijd nog in alle toonaarden voort. De samenleving is veel meer gebaat bij mensen die ethische en morele principes hoog in het vaandel hebben staan en daaraan vasthouden en daarnaar leven. Die de mens als doel blijven zien en niet als middel. Dergelijke mensen zijn blijkens de geschiedenis dun gezaaid (Ghandi, Spinoza).

 

Ter completering van het beeld over de tegenstelling geloof en rede lijkt het ons zinvol in het kort nog wat ideeën van enkele filosofen, alsmede werken van een historicus en een tweetal auteurs te noemen.

Het meest baanbrekende werk in dit verband, zeker gezien ook het tijdsaspect, is voor ons van de zeventiende eeuwse filosoof Benedictus de Spinoza (overigens ook niet voor niets al meermalen in de Vrijdenker geciteerd). In zijn latere ontwikkeling ontstond er bij hem een eigen Godsvoorstelling en bestreed hij het handhaven van de Joodse wet en de Joodse tradities. Zijn belangrijkste werken zijn de Ethica en het Theologisch Politiek Tractaat. Het eerste werd postuum en het laatste nog tijdens zijn leven uitgegeven, echter zonder naamsvermelding. Spinoza leefde nog in een tijd dat de uitgave van dergelijke kritische werken gevaarlijk was. Hij was zich dit terdege bewust: in zijn zegelring stond niet voor niets “caute” (wees voorzichtig) gegraveerd. In het bijzonder de Ethica druiste volkomen in tegen alle gods- en heilsopvattingen van die tijd, die toen nog fanatiek en met hartstocht werden gekoesterd. Gedroeg de Joodse gemeenschap zich in die tijd bij een afwijkende Godsvoorstelling nog tolerant, bij het bekritiseren van wet en tradities was dit geenszins het geval. Dit resulteerde al in 1656 in een banvloek. Spinoza werd verstoten uit de Joodse Gemeenschap. Hij was toen 24 jaar. In het Tractaat legt Spinoza feilloos bloot dat de boeken van de Bijbel historisch gezien niet kloppen, de Pentateuch niet van Mozes afkomstig is, er geen wonderen en duivel bestaan. In de Ethica en het Tractaat geeft hij aan dat er maar één substantie is die hij God of Natuur noemt en dat de mens daar onderdeel van uitmaakt. Dit sloeg zeker voor die tijd in als een bom.

 

Arthur Schopenhauer gaat als filosoof met zijn boek “Het nut van vrome leugens” in op positieve elementen binnen de godsdienst, maar stelt daarentegen ook wandaden aan de orde. Het positieve zit bij hem vooral in het Nieuwe Testament waar wordt gesproken over medelijden, vergeving en liefde. Begrippen die sporen met zijn filosofische opvattingen. Afkeer heeft hij van bekeringsijver die maar al te vaak ontaardt in onverdraagzaamheid en bandeloos geweld. Ook de God der wrake uit het Oude Testament acht hij verwerpelijk.

 

De filosoof Friedrich Nietzsche hamert op de poorten van de godsdienst met zijn boek “de Antichrist”. Hierin beschuldigt en veroordeelt hij het christendom van allerlei negatieve invloeden op de maatschappij, zoals het bevorderen van kuddegeest, nivellering en massificatie. Hij beschouwde de Antichrist als een eeuwige aanklacht tegen het christendom, die hij overal waar muren zouden zijn op de muren zou schrijven.

 

De historicus A.N. Wilson heeft twee prachtige boeken geschreven die zeer de moeite waard zijn, namelijk “Jezus, een biografie” en “De begrafenis van God”. In het eerstgenoemde boek maakt hij onderscheid tussen de Jezus van het geloof en de Jezus als historische figuur. Voor de laatste heeft hij groot respect. De Jezus van het geloof is gerelateerd aan het christendom en daar staat Wilson zeer sceptisch tegenover. Hij vergelijkt in het eerstgenoemde boek de vier evangelisten, hetgeen boeiend materiaal oplevert, omdat er ongelooflijk veel verschillen zijn waar te nemen. Vraag daarbij is dan ook: welke evangelist spreekt de waarheid of kan men geloven. In het andere genoemde boek gaat Wilson in op grote denkers, schrijvers, kunstenaars en intellectuelen, die aan het einde van de 19e eeuw na een worsteling met de Kerk en God het christendom vaarwel hebben gezegd.

 

Interessant in dit verband is nu de vraag of er nog hoop is op doorbreking van religieuze dominantie ? Harris is daar vrij somber over. Wij zijn wat minder pessimistisch gestemd en denken in de eerste plaats dat allerlei technologische ontwikkelingen en resultaten van natuurwetenschappelijk onderzoek zullen helpen om genoemde dominantie te doorbreken of op z’n minst te verzwakken. Daarnaast zal veel meer moeten worden geïnvesteerd in onderwijs, vooral gericht op onafhankelijk, kritisch en vrij denken. Er moet verder meer aandacht komen voor het bedrijven van wetenschap op religieus en/of spiritueel terrein. De acceptatie hiervan maar ook van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek zullen blijvend moeten worden gestimuleerd. Een prachtig voorbeeld van een recent wetenschappelijk onderzoek op - noem het maar spiritueel - terrein is het onderzoek van Pim van Lommel, een voormalig cardioloog, naar de bijna-dood ervaring. De samenleving zou zodanig moeten zijn georganiseerd dat vorenstaande ideeën voldoende kunnen worden geïnitieerd, gestimuleerd en in vrijheid kunnen worden beleden. Omdat wij mensen zijn met tegenstrijdige belangen, vereist de inrichting van de samenleving een staatsvorm, die een waarborg dient te zijn voor stabiliteit, vrijheid en veiligheid. Hoe ziet in dit concept de verhouding tussen Staat en godsdienst. Volgens Wim Klever (Spinozakenner bij uitstek) kan aanpassing van de grondwet hierover duidelijkheid verschaffen. Dan kan een grondslag ontstaan waarmee kan worden voorkomen dat enigerlei religieus gemotiveerd gedrag inbreuk pleegt op de hoge autoriteit van de Staat en de vastgestelde wetten, ongeacht op welk “heilig boek” of “goddelijke openbaring” men zich ook beroept. Dan is derhalve geen vrijheid van godsdienst, tenzij de overheid een bepaald leefpatroon onschuldig of ongevaarlijk acht en dat daarom toelaat.

De al eerder aangehaalde Spinoza geeft in zijn werken wel een richting aan hoe een echte democratie naar zijn opvatting moet worden ingericht. Misschien de moeite waard die opvatting eens nader te bekijken.

 

Dat er een staatsrechtelijke ordening moest zijn, daarvan was Spinoza overtuigd. In zijn hoofdwerk de Ethica refereert hij aan de driften, waaraan de mens noodzakelijk onderhevig is. Tevens geeft hij hier aan, dat de mens zoveel mogelijk in zijn bestaan tracht te volharden. En vanuit die context komt hij tot de conclusie, dat er een ordening moet komen omdat er bij ontstentenis daarvan sprake zal zijn van willekeur. Alleen hij kiest niet zomaar een ordening, maar geeft na analyse aan welke staatsinrichting volgens hem de beste is namelijk die, waarbij de mensen ééndrachtig samenleven. Met die eendracht doelt hij enerzijds op een menswaardig leven en anderzijds vooral ook op een geestelijk leven van redelijkheid en waarachtige deugd. Die elementen ziet hij het beste gewaarborgd in een democratische staatsvorm. In een democratie, zoals Spinoza die opvat, heeft de rede de beste kans de overhand te krijgen. Bovendien sluit een democratische staatsvorm nog het meest aan op een natuurrechtelijke toestand. Spinoza beoogt de burgers zoveel mogelijk hun natuurlijke rechten te laten behouden; in het bijzonder waar het gaat om de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en van tolerantie. Tolerantie gaat bij Spinoza in de eerste plaats over individuele vrijheid en niet over vrijheid van machtsstructuren, waar het net lijkt of er vrijheid voor het individu bestaat, maar in wezen het individu vanuit die structuur wordt gecontroleerd en gedomineerd (vb. grote kerkelijke gemeenten en politieke partijen). In een democratie kan elke burger, ongeacht status en opleiding, aan de hand van discussies, beraadslagingen en meningsvormen deelnemen aan besluitvormingsprocessen.

 

Zijn deze opvattingen van Spinoza nu van invloed geweest op de totstandkoming van onze westerse democratieën?

Jazeker, getuige ook Jonathan Israël in zijn standaardwerk “De Radicale Verlichting” waarin hij haarscherp de invloed van Spinoza op de Verlichting belicht. Begrippen als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en tolerantie zijn in onze westerse opvattingen een groot goed en vaak vastgelegd in grondwet en mensenrechtenverdragen. Er kan echter ook worden geconstateerd dat die begrippen geen gemeengoed zijn en dat in elk geval niet dé democratische staatsvorm in West-Europa (inclusief Nederland) tot stand is gebracht, zoals Spinoza die voor ogen had. Sterker nog, in onze huidige maatschappij ontstaan steeds meer machtsstructuren, die de vrijheid van het individu hoe langer hoe meer indammen. De veel geprezen en naar onze mening te ver doorgevoerde marktwerking had moeten leiden tot een grotere keuzevrijheid van de mens en minder macht voor de monopolisten. Het tegendeel blijkt vaak het geval: fusies van bijvoorbeeld banken, verzekeringsmaatschappijen en nutsbedrijven leiden tot enorme internationale machtsblokken waarin de individuele (keuze)vrijheid van de mens en medezeggenschap ver te zoeken is. De economie zou wel eens de nieuwe godsdienst kunnen worden met geheel eigen wetten en opvattingen en met beleggingsfondsen als de nieuwe kerkleiders. Net zoals bij gelovigen is er bij beleggers ook weinig tot geen sprake van rede. Interpretatie van uitspraken van bankdirecteuren en economische goeroes en vage ideeën en angsten over koerswisselingen in de toekomst zijn de stuwende krachten achter de dwaze wereld van beurzen en indices. Het worden zware tijden voor de ware democratie.

 

Geraadpleegde literatuur:

 

•Benedictus de Spinoza: De Ethica, vertaald en ingeleid door Henri Krop (Prometheus/Bert Bakker, 2002)

•Benedictus de Spinoza: Het Theologisch Politiek Tractaat; verzorgd door F. Akkerman (Wereldbibliotheek 1997)

•Richard Dawkins: God als misvatting (Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2006)

•Wim Klever, Democratische vernieuwing in Nederland en de Europese Unie op historische en filosofische grondslag, (Vrijstad, 2003)

•Sam Harris: Van God los, (Arbeiderspers, 2007)

•Sam Harris: Brief aan een christelijke natie, (De Arbeiderspers, 2007)

•H.G. Hubbeling: Spinoza (Wereldvenster, 1966)

•J. Israel: De Radicale Verlichting, (Uitgeverij Van Wijnen, 2005)

•F. Nietzsche: De Antichrist, (De Arbeiderspers,1977)

•A. Schopenhauer: Het nut van vrome leugens (Wereldbibliotheek, 2007)

•Hans Joachim Störig: Geschiedenis van de filosofie, deel 1 (Het Spectrum, 1998)

•A.N. Wilson: Jezus, een biografie (Prometheus, 1992)

•A.N. Wilson: De begrafenis van God (Prometheus,1999)

•Vereniging de Vrije Gedachte: Vrijdenkersmanifest